Stiekem stijgt de leeftijd...
Het hele idee van KleuterKerk is gebaseerd op de leeftijdsgroep van 3 tot en met 5 jarigen.
Maar dan komt de praktijk. In kleine gesprekjes in en rond het bijbelverhaal, reageren de oudere kinderen die er ook bij zitten. Als voorganger ben je blijk dat kinderen reageren, je gaat op die opmerkingen in . Voor je het weet praat je over de hoofden van de jongste kinderen heen. Het gevolg: binnen een half jaar komen er alleen nog zes jarigen, zeven jarigen en het idee van KleuterKerk is weg. Hoe voorkom je dat?
Toen de KRO op bezoek kwam,
het programma Kruispunt,
begon de journalist na het verhaal
de kinderen te bevragen:
"Wie weet waar het verhaal over ging?"
Kind van 4: 'over eten"
"En wat was er met dat eten, was er genoeg?"
Kind van 4: 'Jaaaa"
"Hoeveel was er dan?"
Kind van 4: 'wel duizend miljoen'.
Het antwoord is net zo gemakkelijk, als dat het moeilijk is voor ons om in praktijk te brengen.
Eigenlijk komt het er op neer, dat je niet inhoudelijk ingaat op het verhaal. Op de boodschap er van. Vertrouw er op dat die boodschap zelf wel werkt, als het een goed verhaal is, dat goed wordt verteld.
In een katecheseles ga je natuurlijk op de religieuze boodschap in. Je wilt weten of de kinderen dat er goed uithalen.
Met deze vragen zit je op het niveau van 6 en 7 jarigen. En de kinderen antwoorden met hun eigen affectieve antwoorden. Kleuters zijn niet met de feitelijke kant er van bezig, ze ervaren het verhaal. Ze doorleven het. Daarom spelen we het ook en praten er niet over door. Wel verzuchtingen na het verhaal: Knap hè, dat Jezus dat kon? Ik begrijp er niets van. Hoe kan dat nou? Dat soort belevingsvragen of opmerkingen nodigen uit om hun beleving te uiten. Dat ligt op het affectieve vlak. Een prachtig voorbeeld is het verhaal van David, 3 als dit verhaal terugkomt.
Voor de vakantie hadden wij het verhaal verteld en gespeeld over Jezus in de boot. Hoe het stormde en de vrienden bang werden. Hoe Jezus ging staan en zei: "Zwijg stil." De wind ging liggen, het water werd rustig.
Na de vakantie vertelde de moeder van David over hun bezoek aan Amsterdam. In de rondvaartboot had David achterin gestaan, waar het open was. Telkens riep hij: " Stil, stiiiiil!". Hij wilde niet op zijn plaats zitten. Vader en moeder voelden zich wat opgelaten. In de auto, terug naar huis, vroegen ze: "David wat was je nu aan het doen in de boot?" David zei glunderend: "Ik was Jezus."
Dan heb je toch je doel bereikt?
